Prenatale screening

Al vroeg in je zwangerschap kan je laten onderzoeken (screenen) hoe groot de kans is dat je kindje down-, edwards- of patausyndroom heeft. Tijdens de intake zullen we je hierover informeren en vragen of je er meer over wilt weten.

Er zijn twee opties:

  1. Combinatietest: dit is een kansbepalende test om te onderzoeken hoe groot de kans is dat je baby één van de drie genoemde syndromen heeft. De combinatietest bestaat uit een combinatie van bloedonderzoek van de zwangere vrouw en een nekplooimeting van je kindje.
  2. NIPT: is een bloedonderzoek van de zwangere vrouw. Het laboratorium onderzoekt het DNA in het bloed en kan op basis daarvan zien of er een vermoeden op één van de drie syndromen bestaat. Het DNA dat in het bloed onderzocht wordt is DNA van de placenta en dat is bijna altijd hetzelfde als het DNA van het kind.

Wil je meer informatie of je alvast voorbereiden op de intake kijk een op onderzoekvanmijnongeborenkind.nl

Prenatale diagnostiek

Prenatale diagnostiek betekent het verrichten van onderzoek naar aangeboren afwijkingen van de baby tijdens de zwangerschap. Meestal gaat het dan om de vruchtwaterpunctie of de vlokkentest. Enkele redenen om in aanmerking te komen voor prenatale diagnostiek:

  • jij of de vader van de baby is drager van een chromosoomafwijking
  • een broer of zus van de baby heeft een chromosoomafwijking
  • bij de NIPT of combinatietest is gebleken dat er een verhoogde kans bestaat op een kindje met een chromosoomafwijking
  • na aanleiding van de 20 weken echo is er een verdenking ontstaan dat jullie kindje mogelijk een chromosoomafwijking heeft.